Pseudocreobotra wahlbergii

Pseudocreobotra wahlbergii is een prachtige bidsprinkhanen van de bloembidsprinkhanen-familie. Ze zijn wit met oranje en groene streepjes, en als volwassen dier hebben ze een prachtige gekleurde vlek op hun vleugels die lijkt op een oog.
Dit soort bidsprinkhaan komt uit Afrika. Lees alles over de verzorging van Pseudocreobotra wahlbergii in deze caresheet.

Uiterlijk

Dit is een soort bidsprinkhaan wordt ook wel bloembidsprinkhaan genoemd. Eigenlijk is deze naam niet officieel en hoeft ook niet per sé op dit soort bidsprinkhaan te slaan.
Dit soort is wit met groene streepjes over de poten. De ogen zijn paars, variërend van lila tot dieppaars. Als nimf hebben ze een schrikoog op het achterlijf, dit is een ronde oranje vlek die ze gebruiken om roofdieren weg te jagen. Als ze volwassen zijn hebben de vleugels een grote geel met zwarte vlek die lijkt op een oog. Dit gebruiken ze om roofdieren af te schrikken. Als je de bidsprinkhaan bedreigd kan hij deze vleugels omhoog zetten, zodat de twee ogen zichtbaar worden. Dit ziet er heel mooi en spectaculair uit. De onderste vleugels zijn geel tot oranje.
De nimfjes worden zwart geboren en blijven zwart tot L3. Dan zijn ze voornamelijk oranje-roze gevlekt en krijgen na elke vervelling meer wit.
Ze worden ongeveer 4 á 5 cm lang als ze volwassen zijn.

Gedrag

Dit soort is redelijk rustig, maar kan ook actief gaan jagen op een prooi als deze eenmaal gezien is. Sommige individuen zijn snel geagiteerd en zullen dan hun vleugels omhoog zetten als ze volwassen zijn, terwijl andere individuen dat haast nooit doen.

Omgevingseisen

De ideale temperatuur is ongeveer 26 °C, maar kan variëren tussen de 25 °C en 30 °C. ’s Nachts mag het iets koeler zijn dan overdag, maar minimaal 18 °C.
Dit soort stelt geen hele hoge eisen aan de luchtvochtigheid maar teveel vocht is dodelijk vanwege infecties. Sproei ongeveer 3 keer per week met water. Dit soort drinkt vaak als er waterdruppels te vinden zijn. Ventilatie is erg belangrijk, en schimmel in uit den boze voor dit soort. Vooral de volwassen dieren kunnen beter te droog zitten dan te vochtig.
Zoals bij alle soorten bidsprinkhanen, heeft dit soort een verblijf nodig die minstens 3x de lengte van het dier hoog is, en minstens 2x de lengte van het dier breed. Voor een volwassen dier betekend dit dus minstens 15 cm in de hoogte en 10 cm in de breedte. Een mooie maat voor een terrarium zou 20 x 15 x 15 cm (h x l x b) zijn, zodat er ook plaats is voor nepplanten en veel zitstokjes. Vooral wat mooie witte of gele plastic bloemen staat mooi bij dit soort, en bootst ook de natuurlijke omgeving van dit soort na.

Kannibalisme bij Pseudocreobotra

Dit soort is kannibalistisch, zoals de meeste soorten bidsprinkhaan. Je kan er dus maar 1 per verblijf houden. Hele jonge nimfjes kunnen wel samen gehouden worden, maar hoe ouder ze worden hoe groter de kans dat ze elkaar opeten.

Voortplanting van Pseudocreobotra bidsprinkhanen

Dit soort is niet heel makkelijk te kweken, maar als je al ervaring hebt met andere soorten is het goed mogelijk. Het vrouwtje kan erg agressief zijn, dus zorg ervoor dat zij genoeg gegeten heeft als ze man erbij wordt gezet.
De vrouwtjes van dit soort zijn groter en breder dan de mannetjes. Vanaf ongeveer L4 kan met een goed oog gezien worden hoeveel segmenten de dieren aan het achterlijf hebben. Vrouwtjes hebben er 6, terwijl mannetjes er 8 hebben. Deze geslachtsbepalingsmethode is al in een vroeg nimfenstadium te gebruiken, maar kan soms lastig zijn voor het ongeoefende oog. Bij dit soort kan je ook de uitsteeksels op het achterlijf tellen, omdat elk segment een uitsteeksel heeft behalve de laatste, hebben mannen 1 uitsteeksel meer dan de vrouwen. In latere stadia valt op te merken dat de mannetjes smaller blijven en dikkere voelsprieten hebben.
Als ze volwassen zijn, is aan de lengte van de vleugels te zien of het een mannetje of vrouwtje is. Een vrouwtje heeft vleugels tot bijna het einde van het achterlijf, terwijl de man ze een stukje over het achterlijf uit heeft steken. De voelsprieten van een mannetje zijn ook een stuk langer en dikker.

Ongeveer 2 tot 4 weken na de laatste vervelling kan een paringspoging worden ondernomen. Zorg ervoor dat het vrouwtje erg goed gegeten heeft voordat je het mannetje erbij zet. Het is aan te raden om het vrouwtje wat te eten te geven als je het mannetje erbij zet. Zo is zij druk bezig met haar prooi als het mannetje haar benaderd. Probeer hen zo min mogelijk te storen. De paring kan een paar uur duren, naderhand moet het mannetje uit het verblijf verwijderd worden, wil hij blijven leven.De eipakketten moeten op dezelfde manier gehouden worden als de bidsprinkhanen zelf. Pas op voor schimmel, dit ontstaat bij een te vochtige omgeving. Ongeveer 30 tot 55 nimfjes kunnen uit een ootheek komen.

Dit soort is geen heel makkelijk soort, maar wel erg mooi. Bedenk goed of je voor dit soort kan zorgen.