Hierodula membranacea

Hierodula membranacea wordt in het Engels ook wel Giant Asian Mantis genoemd. Je zal dan ook niet verbaast zijn te horen dat Hierodula membranacea van nature voorkomt in Azië.

Een H. membranacea is makkelijk in de verzorging en wordt erg groot, waardoor het een geliefd beginnerssoort is. Lees deze caresheet voor hoe je een H. membranacea verzorgen kan. Soms wordt dit soort incorrect Hierodula grandis genoemd. Als je in Nederland een Hierodula grandis gekocht hebt, is het bijna zeker dat het eigenlijk een Hierodula membranacea is.

Uiterlijk

Dit soort bidsprinkhaan is meestal lichtgroen, maar er zijn ook gele, beige en bruine varianten. De beige dieren lijken als ze volwassen zijn een beetje roze-achtig. Het verschil in kleur heeft vooral te maken met de omgeving waarin het dier gehouden wordt. Ze kunnen binnen een paar dagen een andere kleur ontwikkelen.
Dit is een van de grootste soorten bidsprinkhaan die in gevangenschap succesvol gehouden wordt. De vrouwtjes worden ongeveer 9 cm lang, de mannetjes met 7 a 8 cm blijven iets kleiner. De mannetjes zijn smaller met iets langere vleugels. De vrouwtjes zijn breder, met vleugels die tot op het achterlijf reiken.

Gedrag

Hierodula membranacea is een fel soort bidsprinkhaan. Ze jaagt actief achter haar prooi aan als ze hem eenmaal in de gaten heeft. Een krekeltje die op de bodem van het verblijf loopt is snel opgemerkt, en al snel wordt de achtervolging ingezet. De prooi beland dan al vlug in de vangarmen van dit roofdier.

Voedsel

Volwassen Hierodula membranacea kunnen als voedsel makkelijk volwassen krekels krijgen, evenals kakkerlakken en halfwas treksprinkhanen. Ze kunnen ook grote volwassen treksprinkhanen aan, maar er is een kleine kans dat ze gewond raken door de springpoten als ze hem niet goed grijpen.

Omgevingseisen

De ideale temperatuur is ongeveer 24 °C, maar kamertemperatuur is ook prima. ’s Nachts mag het iets koeler zijn dan overdag, maar minimaal 18 °C.
Dit soort stelt geen hoge eisen aan de luchtvochtigheid, maar het is wel belangrijk elke dag of om de dag met water te sproeien. Een richtluchtvochtigheid is ongeveer 40 tot 65 %. Te lang te vochtig is doodsoorzaak nummer 1 bij dit soort.
Zoals bij alle soorten bidsprinkhanen, heeft dit soort een verblijf nodig die minstens 3x de lengte van het dier hoog is, en minstens 2x de lengte van het dier breed. Voor een volwassen dier betekend dit dus minstens 27 cm in de hoogte en 18 cm in de breedte. Een mooie maat voor een terrarium zou 30 x 20 x 30 zijn, zodat er ook plaats is voor nepplanten en veel zitstokjes.

Groepshuisvesting

Omdat Hierodula membranacea zo’n actief roofdier is, raadt Ongewoon Ongewerveld het af hen samen te huisvesten. Vroeg of laat zal toch een de klos worden en opgegeten worden. Hoe ouder het dier is, hoe meer kans op kannibalisme. Nimfjes kunnen zonder veel problemen tot ongeveer L4 samen gehouden worden, bij constant voeren.

Voortplanting

De vrouwtjes van dit soort zijn iets groter en breder dan de mannetjes. Vanaf ongeveer L4 kan met een goed oog gezien worden hoeveel segmenten de dieren aan het achterlijf hebben. Vrouwtjes hebben er 6, terwijl mannetjes er 8 hebben. Deze geslachtsbepalingsmethode is al in een vroeg nimfenstadium te gebruiken, maar kan soms lastig zijn voor het ongeoefende oog. In latere stadia valt op te merken dat de mannetjes smaller blijven.
Ongeveer 2 tot 4 weken na de laatste vervelling kan een paringspoging worden ondernomen. Zorg ervoor dat het vrouwtje erg goed gegeten heeft voordat je het mannetje erbij zet. Het vrouwtje kan erg agressief zijn naar het mannetje toe. Het is aan te raden om het vrouwtje wat te eten te geven als je het mannetje erbij zet. Zo is zij druk bezig met haar prooi als het mannetje haar benaderd. Ook dan bestaat de kans dat ze haar partner opeet. Probeer hen zo min mogelijk te storen. De paring kan een paar uur duren, naderhand moet het mannetje uit het verblijf verwijderd worden, wil hij blijven leven.

Uit de 4 – 8 ootheken die het vrouwtje maakt, komen zeer veel nimfen. Deze zijn klein en groen. Na een dag mag je ze beginnen met voeren met fruitvliegjes en eventueel bladluizen of stofkrekeltjes.